Gepost: 2006-11-19 18:57, Bewerkt: 2006-11-19 17:57
De voordracht begon met een welkomstwoord door de voorzitter van het Davidsfonds, waarna Peter Schmidt het woord nam.
Het multimedia gebeuren is duidelijk aan prof. Schmidt voorbijgegaan want de voordracht werd ondersteund door beelden afkomstig van een diaprojector, met soms niet al te scherpe beelden, wat echter geen afbreuk deed aan de mate van informativiteit.
Allereerst werd er het gesloten retabel besproken in zijn geheel, de compositie, coloriet, symboliek.
Daarna het onderste register met voor elk paneel even een aparte beschrijving, beginnende met Joos Vijdt.
Elk paneel werd ook weer beschreven wat betreft opbouw, symboliek en kleur. Het rood van Vijdt en Borluut tegenover het meer grauwe van de grisailles van Johannes de Doper en Johannes de Evangelist.
Prof. Schmidt merkt hier bij op dat Van Eyck zo natuurgetrouw mogelijk schilderde en helemaal niet "flatterend" was voor zijn figuren, wat in die tijd wel uniek was.
Daarna was het de beurt aan het bovenregister, beginnende met de boodschap van de engel Gabriel aan Maria.
Er werd gewezen op het feit dat het perspectief niet helemaal klopt. De twee figuren zijn inderdaad duidelijk te groot voor de kamer waarin zij zich bevinden. Prof.Schmidt wist te vertellen dat hier origineel ook vier bogen waren geschilderd, zoals op de vier panelen uit het onderste register. Dit is echter overschilderd door waarschijnlijk Jan van Eyck, wat men verondersteld o.a. aan het gezicht van Maria wat meer naar de stijl van Jan neigt.
Ook aan de tekst werd even aandacht besteed.
Volgende was het bovenste deel van het bovenregister, nl. in het midden de twee sybillen en links en rechts de twee profeten die allen de komst van de verlosser hadden voorspeld.
Toen was het de beurt aan het geopende paneel.
Er werd op gewezen dat het paneel nu steeds in geopende toestand te bezichtigen is, deels uit veiligheidsoverwegingen en deels om het feit dat door het steeds openen en sluiten, micro-vibraties onstaan die het veelluik geen goed doen.
Ook hier weer eerst een algemene beschrijving van het volledig geopende retabel, met de vermelding dat Adam en Eva die bovenaan links en rechts hebben postgevat, eigenlijk min of meer misstaan in het plaatje, niet alleen wat betreft opbouw maar ook qua kleur. Alle andere panelen hebben een mooie blauwe lucht op de achtergrond, behalve deze twee.De prof. vroeg ons om even te proberen ons een voorstelling te maken zonder deze twee panelen, en inderdaad het zou mooier zijn zonder die twee. Ook was er de opmerking dat Eva geen appel, maar een citrusvrucht in de hand heeft. Dit zou eerder een kwestie van taal zijn dat men tot de appel is gekomen: malus is latijn voor slecht, kwaad maar ook voor appel.
Vervolgens was het de beurt aan het prachtige middenstuk met Maria, Christus en Johannes de Doper.Hier wees hij weer op de drie basiskleuren uit het retabel: blauw, rood en groen. Maria draagt een blauwe mantel die versierd is met o.a. edelstenen; rode robijnen en groene smaragden, geen blauw. Christus heeft een rode mantel ook versierd met edelstenen, hier vinden we groene smaragden en blauwe saffieren, geen rood. Johannes de Doper draagt een groene mantel met rode robijnen, en blauwe saffieren. Hier speelt Van Eyck dus met de complementaire kleuren.
Dit gedeelte dicht men aan Hubert toe en inderdaad ziet men een duidelijk verschil tussen het gelaat van deze madonna en Maria in het gesloten paneel, het is een totaal ander gezicht. Maria, hier afgebeeld met boven haar hoofd 12 sterren verwijzend naar de 12 stammen. Ook met de verschillende bloemen die symbool zijn voor haar.
Johannes de Doper wijst ook hier weer naar Christus. Johannes is steeds afgebeeld wijzend naar "Het Lam" of Christus ofwel dopend. Hij draagt onder zijn prachtige groene mantel zijn kleed van kamelenhaar. Dit ziet men ook op de grisaille.
Nu komen we bij de schitterende middenfiguur waarover, zoals prof. Schmidt zegt, nog steeds niet echt duidelijk is wie het nu echt voorstelt: Christus of God de Vader. Hij is eerder geneigd de figuur als Christus te zien en hij haalt er ook enkele feiten bij die zijn zienswijze kunnen bevestigen.
Allereerst dus Johannes de Doper die naar de figuur wijst.
Ook in de iconografie is er geen enkel werk bekend die Maria en Johannes de Doper samen met God de Vader voorstellen, het is steeds met Christus.
Achter Christus is er een soort wandtapijt afgebeeld met een steeds weerkerend motief: een pelikaan die zijn borst opent om zijn jongen te voeden (symbool voor Christus die zijn bloed vergiet) en hierop staat ook een latijse tekst nl. Jezus Christus. Dit zou dus slaan op de figuur die er voor zit.
De teksten die boven de drie figuren staan zijn ook eventjes aan bod gekomen.
Dan komen de zingende en musicerende engelen aan bod, die zich respectievelijk links en rechts van de zonet besproken luiken bevinden.
Peter Schmidt spreekt bewust niet over engelen, maar over "hemelbewoners", deze figuren hebben geen vleugels en sommigen vereenzelvigen hen zelfs met heiligen.
Op het linker paneel, de zangers, ziet men dat deze meerstemmig zingen en niet unisono. Dit kan men afleiden uit de verschillende standen van de monden.
Op het rechter paneel, de musici, kan men links tussen de spleet met het orgel en de zijkant van het luik, nog net een glimp opvangen van de bediener van de blaasbalg van het orgel. Men kan deze afbeelding ook gebruiken voor de studie van oude muziekinstrumenten.
Adam en Eva die zich respectievelijk links en rechts van de hierboven besproken panelen bevinden, hebben we al summier besproken. Vermelden we nog de taferelen van Kaïn en Abel die zich boven deze twee panelen bevinden.
Komen we bij het centrale paneel voorstellende het Lam Gods.
Hier vermeldt Peter Schmidt, natuurlijk, zijn ontdekking dat dit paneel opgebouwd is rond achthoeken.
Eerste achthoek, en de sleutel tot deze theorie, is het bekken van de fontein met de twaalf spuitmonden, verwijzend naar de twaalf apostelen en de twaalf stammen van Israël.
Tweede, iets grotere, achthoek zit in het tafereel van het lam met de engelen en een derde, nog grotere achthoek omvat de fontein, links begrensd door de profeten, bovenaan door de rug van het lam en rechts door de apostelen.
Het is moeilijk om dit met woorden te omschrijven en een tekening zegt meer dan duizend woorden, daarom zou ik willen verwijzen naar een thread waarin hier op ingegaan word met fotos. Ik weet niet meer juist waar, ik weet wel dat het rond deze tijd verleden jaar was, met een afbeelding door Vilain gepost (weet nog dat hij scheef stond).
Misschien kunnen de mods een link hiernaar toe leggen a.u.b.?
Hier ook een verwijzing naar de restauratie die is gebeurd naar aanleiding van de brand van, ik dacht, 1822, waarbij er ernstige schade was aan het middelste gedeelte van het paneel.Bij de restauratie is het lam groter gemaakt om de schade te verdoezelen waardoor de bovenste lijnen van de achthoeken nu niet meer samenvallen, juist op de rug van het lam (nu een volwassen schaap met 4 oren), maar anderhalve centimeter lager.
Over de resterende panelen is er maar heel summier gesproken, links naast het paneel "Het Lam Gods" de ridders van Christus, verwijzend naar de tempeliers. De ezel tussen de paarden, waarschijnliijk verwijzend naar Godfried van Bouillon die op een ezel Jeruzalem is binnengereden.
Rechts, de bedevaarders met Christoffel en de H. Judocus met zijn attributen van de verschillende bedevaarten.
Op deze twee panelen is er een overwegend Oosterse achtergond te zien. Volgens Peter Schmidt waren ook in eerste instantie hier andere achtergronden geschilderd. Onderzoek met infra-rood en röntgen heben uitgewezen dat hier eerst een landschap met inlandse bomen en plantengroei was geschilderd.
Het paneel met de Rechtvaardige Rechters heeft hij maar terloops vernoemd, omdat hij enkel over de originele wil praten. Jef Van Der Veken werd vernoemd als de schilder van de kopie en befaamd restaurateur van Vlaamse Primitieven, met nog een speciale vermelding als meester-vervalser.
Nog even iets over de taakverdeling tussen de twee Van Eycks. Hubert is waarschijnlijk begonnen rond 1420 en is gestorven in 1426. Jan was kamerheer bij Filips de Goede vanaf 1425 tot 1430 en was in die tijd veel op diplomatieke missie, waardoor hij dus niet of weinig aan het retabel heeft kunnen schilderen. Als men alle werken van Jan samen neemt met het Lam Gods, dan vertegenwoordigt het Lam Gods 82%. Die overige 18% bestaan uit 18 schilderijen waarvan er bij zijn waar hij een jaar en meer aan schilderde. Het is dus duidelijk dat het grootste gedeelte van het veelluik aan Hubert moet toegeschreven worden.
Hiermee kwamen we aan het einde van de voorstelling.
Bron, Speurrforum



